Hoe hoofd, hart en handen samen gezondheid vormen
We zijn allemaal mens, maar wat betekent dat eigenlijk? Vanuit de antroposofie wordt op een bijzondere manier gekeken naar wie en wat we zijn. Geen vage mystiek, maar een praktische blik op hoe lichaam, ziel en geest samenwerken en hoe die samenwerking van invloed is op je gezondheid.
Drie delen, één mens
De mens is sterk verbonden met de natuur en heeft veel overeenkomsten. Een boom of een plant bestaat uit drie delen, namelijk de wortels (onder), de stam (midden) en de kruin (boven). Ook de mens heeft een onderpool wat de buik (spijsverteringsorganen) en ons bewegingsstelsel betreft. Onze borstkas waarin zich hart en de longen bevinden is ons middengebied en onze bovenpool is ons hoofd en zenuwstelsel.
Met onze bovenpool denken wij en verwerken we alles wat binnenkomt via onze zintuigen. Ons hoofd houden we liever koel – niet voor niets dat deze uitdrukking in ons leven is geroepen;-). Hoewel vele gedachten ons letterlijk erg onrustig kunnen maken, liggen onze hersenen roerloos in ons hoofd, omringd en beschermd door een stevig schedeldak. Zij maken geen krachtige peristaltiek zoals onze darmen dat doen. Ons brein is vormvast en helder. In tegenstelling tot onze bovenpool is het in onze onderpool een drukte van jewelste. Daar bruist het van activiteit, warmte en levenskracht. Onze spijsverteringsorganen zijn hard aan het werk om ons voedsel om te zetten in energie en afvalstoffen worden afgevoerd. Onze ledematen zorgen ervoor dat wij kunnen voortbewegen en vastgrijpen. Hieruit ontstaat het willen en doen – anders gezegd: hier zit onze wilskracht. Ons middengebied mag je zien als een ritmisch centrum, waarin ons gevoel zich bevindt. Je kunt dit deel letterlijk zien als een brug tussen ons denken en ons willen.
Maar naast dit driedelige systeem kunnen we nog een stapje verder gaan. Want, vergeet niet dat wij ook nog een ziel hebben. Onze ziel stroomt door al die drie delen van ons lichaam heen. Hoe die ziel zich manifesteert, is het dan eerst belangrijk om inzicht te krijgen in het vierledige mensbeeld.
De vier wezensdelen
De bedenker van het vierledige mensbeeld is de Oostenrijkse filosoof en grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner (1861-1925). Dit mensbeeld, waarbij de mens wordt verdeeld in vier wezensdelen, wordt gebruikt in de antroposofische pedagogie (vrije scholen) en geneeskunde om de ontwikkeling van lichaam, ziel en geest te begrijpen. Deze vier wezensdelen zijn het fysieke lichaam, het etherlichaam, het astraallichaam en het Ik-lichaam.
Het fysieke lichaam bestaat uit het stoffelijke – de mineralen zoals we dat kennen: de botten, de spieren en de organen. Vanaf onze geboorte gaat alle energie voornamelijk naar de opbouw van het lichaam. Een krachtig fysiek lichaam wordt het gevormd in de leeftijd van 0 tot 7 jaar. Allerlei invloeden van buitenaf bepalen hoe krachtig het wordt. We weten dat een jong kind als een spons is, zonder weerstand, vertrouwensvol en het staat volledig open voor de buitenwereld. Sterker nog, het kind is volledig afhankelijk van deze buitenwereld. Heel belangrijk is dat het kind in deze fase veilig, liefdevol en warm opgroeit. Het thuisgevoel wordt hier gevormd. Wat zo uniek is aan een kind in deze levensjaren, is dat het zich nog niet onderscheidt van het lichaam!
Het etherlichaam ontwikkelt zich tussen 7 – 14 jaar en is verantwoordelijk voor groei, herstel en levenskracht. Dit is de periode waarin afbakening erg belangrijk is. Het kind komt hier aan in het eigen lichaam. Het is een fase van (leren) delen en spelen. Het kind staat ook hier volledig open voor de buitenwereld waarin negatieve ervaringen ergens worden opgeslagen in het lichaam. In een veilige vitale wereld en opvoeding ontstaat al een beetje ik, het begin van het ego dat wordt gevormd. Hier leert het kind vele facetten kennen. Een breed palet in iedere vorm aanbieden werkt gunstig op een gezonde vorming van het etherlichaam. Het kind krijgt meer zelfexpressie en krijgt een eigen vorm. Om zichzelf te begrijpen is het belangrijk dat het kind zich weet te leren uiten. Gebeurt dit alles in goedheid en liefde, dan gaat de wereld van goedheid over in de jaren van schoonheid
Het astraallichaam, het wezensdeel waarin onze ziel zich begint te laten zien en ons gevoelsleven, maar ook onze drijfveren en gedrag. Dit lichaam vormt zich in de puberteit (actief tussen 12-18 jaar), waarin wordt geëxperimenteerd, waarin fouten en verliezen worden gemaakt (ervaringen opdoen), maar ook drama wordt geactiveerd. Sympathie en antipathie krijgt ook vorm. Het bewustzijn wordt groter en ook de wens om gezien en gehoord te worden. Deze periode wordt ook wel de jaren van de waarheid genoemd. In deze levensfase ontstaat meer afsluiting voor de buitenwereld en openen deuren zich meer naar de binnenwereld, wat gezien mag worden als meer afbraak. Ook hier geldt weer: een veilige omgeving en opvoeding zorgt voor een krachtiger ik.
Het ik is ons bewustzijn, onze wils- en oordeelskracht. Dit maakt ons tot unieke mensen. Het ik heeft zeggenschap over de andere drie wezensdelen; het is sturend, het staat voor grenzen stellen, het staat voor verantwoordelijkheid, zelfbewustzijn en gewetensvol. De ontwikkeling van dit wezensdeel manifesteert zich tussen de 18-21 jaar en zijn de jaren van ‘verfijning’.
Als deze vier delen in balans zijn, voelen we ons gezond en gelukkig. Als ze uit evenwicht raken, ervaren we klachten. Denk aan vermoeidheid wanneer het etherlichaam uitgeput is, of pijn als gevoelens te sterk op het lichaam drukken.
Onderstaande tabel laat in één oogopslag zien hoe de vier wezensdelen en de driedeling van de mens met elkaar verweven zijn.
Elk wezensdeel refereert aan een van de natuurelementen: aarde, water, lucht en vuur. Het is de taak van de aarde is om ons lichaam – fysiek – te dragen door middel van zwaartekracht. De taak van het water is om ons etherlichaam te laten groeien, ontwikkelen en te laten vormen. De taak van lucht is leren om met de ander om te gaan en het creëert bewustzijn. Dit omvat ons astrale lichaam. De taak van het ik is dat het een eigen uniek bestaan ontwikkelt. Het element vuur komt daarbij kijken.
Denken, voelen en willen – de drie krachten van de ziel
In de geneeskunde en psychologie weten we inmiddels dat onze emoties invloed hebben op ons lichaam. Denk aan hartkloppingen of een snelle ademhaling bij angst, of aan stresshormonen die ons overspoelen in drukke tijden. Maar waar onze gevoelens, gedachten en verlangens precies vandaan komen of in het lichaam wonen? Daar hebben we eigenlijk geen sluitend antwoord op. We zeggen weleens: “Het zit tussen de oren”. Maar zelfs in onze hersenen is geen plek aan te wijzen waar die emoties of gedachten precies huizen. De wetenschap heeft de ziel nog niet kunnen lokaliseren en of dat ooit gaat gebeuren is nog maar de vraag?
De antroposofie is een geesteswetenschap die lichaam, ziel en geest als samenhangend geheel ziet en dat biedt een ander perspectief. Zij stelt dat de ziel niet op één plek zit, maar door het hele lichaam stroomt, als een onzichtbare rivier. Een rivier met armen die elkaar uiteindelijk weer vinden in alle drie de lagen van ons menszijn. Met andere woorden in onze bovenpool, ons middengebied en onze onderpool.
Het denken, ideeën en begrippen huizen in het hoofd, in de hersenen. Hier zijn we het meest wakker én bewust. Gevoelens resoneren in onze hartslag en ademhaling, het ritmische middengebied. Hier dromen we en leven we in het gevoel. Wilskracht, motivatie en daden ontstaan uit de buik, het stofwisselingsgebied, de onderpool. Hier slapen we als het ware, want veel van wat daar gebeurt, merken we niet bewust op. Vanuit dit gebied handelen we dus op onbewust niveau. Anders vertaald instinctief en denk hierbij aan het “buikgevoel”.
Drie lagen van bewustzijn
Deze driedeling weerspiegelt ook drie niveaus van bewustzijn:
- In het hoofd zijn we wakker; helder en bewust.
- In het gevoel zijn we dromend; halfbewust, innerlijk bewegend.
- In de wil zijn we slapend; we handelen vaak zonder te weten waarom precies, dus onbewust.
Pas als gevoel en wil in ons denken doordringen, worden we ons daarvan bewust. Dáár begint zelfkennis en echte vrijheid.
Hoofdbrekens en buikopbouw
Onze hersenen zijn kwetsbaar. Ze hebben weinig vitaliteit. Zonder zuurstof sterven hersencellen in minuten. En wat we aan hersencellen hebben na onze vroege kinderjaren, dat moet een leven lang mee. Per jaar verliezen we er zo’n 1400 miljoen!
Onze buik daarentegen, het domein van de stofwisseling en de wil, is juist enorm vitaal. Elke seconde maakt ons lichaam 2,5 miljoen nieuwe rode bloedcellen aan! Een levendig bewijs dat de onderpool een opbouwende kracht is, terwijl het hoofd eerder afbreekt.
We leven niet alleen in ons hoofd. Ons denken, voelen en willen zijn verspreid door het hele lichaam. Door bewust te worden van wat we voelen en willen, kunnen we onszelf beter leren kennen en vrijer worden in ons handelen. De ziel is dus geen vaag iets, maar een kracht die ons lichaam op drie niveaus doordringt, met het hoofd als bewuste denker, het hart als voelend kompas, en de buik als stille krachtbron.
Gezondheid is dynamisch evenwicht
Gezondheid is geen statisch gegeven. Het is het voortdurende afstemmen van al deze delen op elkaar. Een spel van krachten tussen rust en beweging, opbouw en afbraak, sympathie en antipathie. De balans verschuift door het leven heen. In de jeugd is er veel opbouw via onze onderpool, op latere leeftijd vindt steeds meer afbraak plaats en reflectie via onze bovenpool.
De sleutel ligt in het middengebied, daar waar ritme heerst. Waar ademhaling en hartslag het tempo aangeven. Waar ons gevoel woont. Dáár gebeurt het.
Waarom dit ertoe doet
In een tijd waarin gezondheid vaak wordt gemeten in getallen, scans en checklists, is het goed te beseffen dat gezondheid ook gevoeld wordt. Het etherlichaam – ons levensgevoel – laat vaak eerder weten dat er iets uit balans is dan een laboratoriumuitslag dat kan. Verlies je dat gevoel, dan verlies je het kompas dat jou richting geeft in gezondheid. Vroege opsporing is waardevol, maar mag nooit belangrijker worden dan luisteren naar je lijf. Want wie leert luisteren naar de subtiele signalen van het lichaam, leert ook eerder in beweging te komen. Hiermee opent zich de weg naar herstel, naar vitaliteit én naar zichzelf.
Heeft voeding invloed op onze vier wezensdelen?
Jazeker kan voeding richting geven aan onze vier wezensdelen: lichaam, levens- of etherlichaam, ziel en geest. De mens is zo goed als identiek aan planten, maar dan met een bewustzijn – een drieledig wezen met een onderpool, een middengebied en een bovenpool. En precies zoals een plant zich wortelt in de koele, stille aarde en steeds meer ruimte inneemt om te ontwikkelen, zo kan ook onze voeding ons helpen aarden, kalmeren, laten herstellen én ontwikkelen!
Neem nou wortel- en knolgewassen, welke stevig verankerd zijn in de aarde, vol zwaarte en rust. Zij brengen verkoeling aan een oververhit hoofd en helpen de geest helder te houden, zeker in tijden van overprikkeling en mentale drukte. Wie zijn dagen vult met denkwerk, kan zijn focus hervinden door te eten wat onder de grond of net boven de grond groeit. Denk bij de laatste aan bijvoorbeeld bloemkool. Naast dat deze niet alleen het brein kalmeert, versterkt zij door haar wisselwerking met de stofwisseling ook de wilskracht. Want als de stofwisseling verzwakt raakt, verliest het lichaam zijn daadkracht en verstoort dat het samenspel van alle wezensdelen. En bekijk de bloemkool eens goed! Als je haar stevig witte kop ziet, bestaande uit verschillende kamertjes (roosjes) fijn maar heel compact. Draai je haar om, dan is het net alsof je het brein ziet, anderzijds, draai je haar weer om dan lijkt het ons darmenstelsel. Het grappige is dat ons brein daadwerkelijk afstamt van onze darmen en intensief met elkaar communiceren (hersen-darm-as).
Eet jij bloemkool liever gekookt, dan kan dat te maken hebben met het beheersen van je gevoelens. Bloemkool kan ook goed rauw worden gegeten en geniet dat jouw voorkeur, dan kan dat duiden op een verlangen naar authenticiteit. Naast dat voeding een van onze levensbehoeften is, heeft het een prachtige spirituele kant waarover je hier meer kunt lezen.
Dan is daar nog het middengebied, ons ritmische systeem waar hart en longen hun dans van geven en nemen uitvoeren. Hier helpt het bladgroen van groenten, zoals het omhulsel van de bloemkool, om adem en circulatie in evenwicht te brengen. Bladgroenten en stengels voeden dit ritme en bieden weerstand, zeker in de koude maanden waarin virussen op de loer liggen. Vruchten, zaden, noten en pitten – de tastbare belofte van nieuw leven – dragen een immense vitaliteit in zich. Ontkiemde zaden en granen zijn kleine krachtcentrales vol eiwitten, vetten en mineralen, die het vuur van onze stofwisseling opnieuw aanwakkeren. Ze zijn eenvoudig thuis te kweken en bieden het hele jaar door levenskracht in pure vorm.
Levenskrachtige voeding
Voeding vol levenskracht vinden we vooral terug in voeding afkomstig uit de biodynamische landbouw. Al sinds de jaren twintig wordt hier gewerkt met een visie die het boerenbedrijf als een levend organisme beschouwt. Geen trend, maar een diepe, doorleefde kringloop waar mens, dier, plant en aarde in wederkerigheid groeien. Niet het sluiten van de cirkel is het doel, maar het omhoog spiralen ervan: naar vruchtbaardere bodems, veerkrachtigere gewassen, vitalere dieren en smaakvoller voedsel. Dieren, en vooral herkauwers, zijn hierbij onmisbare bondgenoten. Hun mest voedt niet alleen de aarde, maar brengt uitgeputte landschappen weer tot leven.
In het verlengde hiervan staat het Demeter-keurmerk, genoemd naar de Griekse godin van de vruchtbaarheid. Het staat voor voeding die is voortgebracht met eerbied voor leven, aarde en kosmos. Van grond tot bord wordt kwaliteit bewaakt: oliën koud geperst, granen zorgvuldig verwerkt, melk niet gehomogeniseerd. Kunstmatige toevoegingen worden vermeden en bewerkingen tot het minimum beperkt om de levenskracht in het voedsel te behouden. In een tijd waarin industrieel bewerkt voedsel verantwoordelijk wordt gehouden voor veel welvaartsziekten, biedt Demeter, natuurvoedingskundigen en steeds meer zielen uit de onderstroom een tegengeluid: voeding als levend wezen, niet als product.
Want de cyclus van het leven draait tussen zon en aarde, tussen hemel en mens. En in dat ritme telen biodynamische boeren hun gewassen; met hoofd, hart en handen. Zonder kunstgrepen of chemische versnellers, maar met zaadvaste rassen en een diep vertrouwen in de kracht van de natuur. Zo ontstaat voeding die niet alleen het lichaam voedt, maar ook de geest verheft.
Is voeding, ook al zo vol levenskracht, voldoende om ons in balans te brengen?
Was het maar zo eenvoudig. Maar nee! Hoe heilzaam ook, met alleen knollen, kolen en kruid raak je niet uit je hoofd en terug in je kern. Voeding is een krachtig component, maar ze opent pas echt de deur als ze samenwerkt met beweging, stilte, zingeving en rust. Zoals een symfonie niet klinkt met één instrument, vraagt ook innerlijke harmonie om meer dan alleen een goed bord eten.
Ieder mens is uniek, en dus vraagt ook ieder pad naar herstel om een persoonlijke benadering. Dit houdt in dat je breder kijkt dan naar je bord. Dat jij jezelf gaat zien als een autonoom onderdeeltje van één groot komisch geheel dat een bepaalde functie of doel heeft te vervullen in het aardse leven. Maar wie ben jij? Wat is jouw doel? Maar is dat wat jij nu doet kloppend? Wat heb je nodig en waar waar ligt jouw evenwicht? Dat en meer in kaart gebracht maakt jouw hogere zelf zichtbaar, hoorbaar en krachtig. En hiermee begint het allemaal. Het is de sleutel naar dat thuisgevoel, waar het allemaal draait om zingeving en balans. Dit zorgt voor vreugde, liefde én een leven waarin je gezond oud wordt 💖
Bronnen:
- Genezen ‘Dialoog tussen lichaam en ziel’ – Bob Witsenburg
- Gezondheid, ziekte en antroposofie – Huib de Ruiter
- Eigen aantekeningen studie natuurvoedingskundige – Kraaijbeekerhof Academie
- https://stichtingdemeter.nl
